
Bram Vreeswijk studeerde fotografie, aan de Koninklijke Acadmie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, en vervolgens Culturele Antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Deze laatste studie ronde hij in 2001, cum laude, af met een scriptie waarin een vergelijking wordt gemaakt tussen reclame in de hedendaagse ‘Westerse’ cultuur en magisch-religieuze praktijken in zogenaamd ‘primitieve’ samenlevingen (zoals beschreven in de antropologische literatuur).
Sindsdien is hij werkzaam als kunstenaar. Aanvankelijk vooral op het terrein van video, maar zijn werk heeft zich steeds meer ontwikkeld richting dans en performance-kunst. Hij studeerde dans / beweging bij onder meer Katarina Bakatsaki (body weather), Rob List en Pauline de Groot, deed solo-voorstellingen en werkte samen met onder meer Seon-ja Seo, Nicolas Rapaic (Het Nationale Ballet), Angela Köhnlein, en Alfredo Fernandez. Met de laatste werkte hij recentelijk als dramaturg voor een voorstelling van De Kiss Moves.
Zijn artistiek werk gaat bijna altijd samen met filosofisch onderzoek. Hij heeft zich gedurende een aantal jaren bezig gehouden met ‘De Innerlijke Ervaring’ van Georges Bataille, en de laatste tijd wordt hij geïnspireerd door onder meer het werk van Maurice Merleau-Ponty (fenomenologie) en het Boeddhisme.
Wat is het thema/doel van jouw project en hoe kwam het tot stand?
‘Dance-Experience-Watch’ heeft als doel om methodes te verkennen om de visuele en fysieke ervaring van dans, van zowel dansers als toeschouwers, te ‘articuleren’ - in de vorm van beeld of taal ‘expliciet’ (bewust, werkbaar) te maken. Concreet zal ik me hierbij richten op het repertoire van Emio Greco | PC en de vraag wat de fysieke ‘essentie’ van hun dans vocabulaire is.
Theoretisch vertrek ik van het werk van Maurice Merleau-Ponty (fenomenologie) en de filosofische discussie over het begrip ‘Mimesis’ (nabootsing, het zien van gelijkenissen). Op het moment ga ik er van uit dat
de danser en toeschouwer tijdens de dans,
op één of andere manier, hetzelfde anders beleven. De danser en de toeschouwer delen het feit dat zij een menselijk lichaam hebben/zijn. Dit roept vragen op naar de overeenkomsten en verschillen tussen de ervaring van het bewegende en het toekijkende, het in de dans getrainde en het niet (of anders) getrainde lichaam.
Naar mijn overtuiging raakt dit onderzoek aan de essentie van wat er tijdens dansvoorstellingen gebeurt, en ik hoop dat het een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van nieuw dansmateriaal. Daarnaast hoop ik dat het onderzoek materiaal kan generen dat ‘het publiek’ uitnodigt om zich in dans te verdiepen, het te bestuderen.
Voor mij is de vraag naar de relatie tussen de visuele en fysieke waarneming van dans een onderwerp in mijn denken sinds Seon-ja Seo mij, als videokunstenaar, vroeg een ‘visuele echo’ voor haar solo ‘Under-presence’ te maken. In ons werkproces kwamen we tot de conclusie dat deze ‘visuele echo’ (abstract beeldmateriaal) niet zozeer betrekking moest hebben op wat ik zag, maar op wat ik lichamelijk ervaarde tijdens het kijken naar haar solo.
Wat wil je bereiken/leren/proberen met dit project en met de samenwerking met ICK?
In de samenwerking met ICK zie ik een gelegenheid ideeën met betrekking tot het bovenstaande uit te proberen op een specifiek, en helder dans vocabulaire namelijk dat van Emio Greco | PC. Daarnaast verheug ik me op de dialoog die, hopenlijk, zal ontstaan tussen de methoden van articulatie die ik voorstel en het bestaande discours (zowel met betrekking tot de productie van dans, als met betrekking tot dansonderzoek, dansnotatie etc.) binnen ICK.
Tenslotte hoop ik voor dit project open vormen van presentatie te vinden die zowel een gespecialiseerd als een breder publiek aan kunnen spreken. Mijn ideaal is niet om, als een ‘wetenschapper’, een onderzoek te doen en daar een afgeronde tekst over te schrijven, maar om vormen van de presentatie van onderzoeksmateriaal te realiseren die uitnodigen tot gezamelijke reflectie, communicatie en uiteindelijk de productie van nieuw materiaal (woorden, beelden en dans).
Waar zie je jezelf in de toekomst (als kunstenaar)?
In de toekomst hoop ik me, waarschijnlijk in Amsterdam, op zoveel mogelijk verschillende manieren, en vanuit verschillende invalshoeken, bezig te houden met de productie, waarneming en articulatie van dans / performance kunst.
Een vraag waarin ik me hierbij verder hoop te verdiepen (in dit onderzoek is dit nog geen expliciet onderwerp) is hoe het bewustzijn van ons waarnemend en bewegend lichamen kan bijdragen aan onze emotionele en spirituele gezondheid.