Jack Gallagher (Indianapolis, Indiana, USA) begon met dansen onder Jean Pierre Bonnefoux bij Indiana University en de Chautauqua Institution. Hij verhuisde naar New York om zijn studie voort te zetten aan het Alvin Ailey American Dance Center. In New York sloot Jack zich in 1990 aan bij Nikolais and Louis Dance, in 1991 bij ISO Dance, en bij Tere O’Connor, Zvi Gotheiner en Neta Pulvermacher tot 1993. In 1994 kwam Jack naar Europa en voegde zich bij de Rotterdamse Dansgroep en in 1996 bij Dansgroep Krisztina de Châtel en Amanda Millers Ballet Freiburg / Pretty Ugly.
Sinds 1997 heeft Jack een voortdurende rol gehad als danser, repetitor en docent bij Anouk van Dijk dc. Hij begon in 2002 regelmatig choreografieën te maken en vormde zijn eigen groep Bodies Anonymous (BA). In Nederland heeft zijn werk rondgereisd langs 20 steden en is te gast geweest in het Cadance Festival en het Oerol Festival. In het buitenland was Bodies Anonymous te gast in 7 landen en werkt de groep momenteel samen met het Istanbul Dance Theatre aan een nieuw full-size werk voor 2010. Jack is een veelgevraagd docent hedendaagse dans en is vaak te zien bij Nederlandse dansacademies en bij HJS Studios in Amsterdam.
Jack is een autodidact op het gebied van filosofie en psychologie en een onafhankeljk dansonderzoeker en medewerker bij Danslab in Den Haag. Bij Danslab, tot 2011, combineert Jack Performative Speech Act Theory met zijn achtergrond in danstechniek en improvisatie. Jack is op zoek naar nieuwe parameters waarmee de taalfaciliteit van de danser kan worden geactiveerd in pure dans. Hij kijkt tevens hoe pure dans kan worden verbreed met behulp van Lacans vertoogtheorie.
Wat is het thema/doel van jouw project en hoe kwam het tot stand?
Ik doe een langlopend houdbaar onderzoek naar de inzichten en veronderstellingen van de Performative Speech Act Theory (PSAT) en haar intrinsieke uitdaging aan de manier waarop wij denken over dans als een taal. Taal als een performatief systeem wijkt radicaal af van taal als cognitieve techniek. Ik ben in 2009 als Dancelab medewerker met dit onderzoek begonnen. Het huidige onderzoek voor en met ICK, dat ik de titel
Idioblast heb gegeven, is de tweede ronde, waarin ik mijn oorspronkelijke bevindingen over de bruikbaarheid van de PSAT analyse van hoe spraak het lichaam beïnvloedt en hoe dans kan worden (her)gebruikt als bron voor taal zal toepassen. De vraagstelling luidt: hoezeer is taal ingebed in de danser als kunstenaar en in de kunstenaar als performer?
Wat wil je bereiken/leren/proberen met dit project en met de samenwerking met ICK?
In deze fase stel ik methodes op voor onderzoek naar de taalfaciliteit van de danser tijdens het genereren van beweging en performance. Deze hypothetische
site als een meervoudige bron, afgeleid van een samengesteld holistisch model van lichaam en geest, waar brein, zintuigen, soma en sub-somatische zintuiglijke systemen een wisselwerking hebben met de cognitieve vaardigheden die inherent zijn aan de vertrouwde dagelijkse rollen van spreker/luisteraar. Spraak is een handeling: tegen of vanuit, van binnen of van buiten. Spraak doet iets met ons en doet iets voor ons.
Waar wil je over 10 jaar staan?
In 2020 zou ik (zonder mijzelf ervoor over de kop te jagen) de handigheid, het gemak en het genot willen vieren van dat ik voor mijn kunstpraktijk een methode heb vastgesteld die voldoet aan de belofte van de hedendaagse interdisciplinaire kruisbestuiving tussen kunst en wetenschap op de terreinen waar ik in ben ingevoerd: danstechniek, performance, compositie, filosofie, dramaturgie en wetenschap. Mijn lange termijn doelen omvatten diverse rollen en een veelvoud aan modaliteiten als collega, choreograaf, performer, onderzoeker, docent, schrijver, spreker, dramaturg en vriend, of als wat voor gedisciplineerde en avontuurlijke geest dan ook maar.